Drugs in Nederland: vijftig jaar laveren tussen criminaliseren en reguleren
Eigenlijk vaart Nederland al sinds de herziening van de Opiumwet in 1976 op hoofdlijnen min of meer dezelfde koers. Het onderscheid tussen de lijsten 1 en 2 (en de recent toegevoegde lijst 1a) waarnaar wordt verwezen in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is primair gebaseerd op volksgezondheidsoverwegingen en het principe van harm reduction. Nederland laveert al sinds jaar en dag tussen het beheersen van de risico’s voor de drugsconsument – een beleidsdoelstelling waarin het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport leidend is – en het beheersbaar houden van de ernstige criminaliteit waarmee de productie en handel in drugs gepaard gaan – een aanpak die plaatsvindt onder regie en auspiciën van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Steeds vaker wordt deze aanpak echter bekritiseerd. De ernstige vormen van geweld die zich binnen en buiten de drugsindustrie manifesteren, alsmede de grote criminele winsten die in deze wereld worden gegeneerd laten volgens diverse critici zien dat de ingeslagen weg uiteindelijk een doodlopende is. Zo stelde de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema in een opiniestuk in de Engelse krant The Guardian in 2024 dat Nederland zonder fundamentele koerswijziging een "narcostaat" dreigt te worden. Ook diverse politiemensen en andere vertegenwoordigers van rechtshandhavingsinstellingen hebben zich onder de vlag van het Law Enforcement Action Partnership (LEAP) uitgesproken voor ingrijpende veranderingen in de aanpak van de druggerelateerde criminaliteit. In dat verband wordt onder andere gepleit voor legalisering van softdrugs en regulering van harddrugs als cocaïne en xtc.
Een extra reden om juist nu een fundamenteel debat te voeren over het toekomstige drugsbeleid is gelegen in de veranderingen die zich op wereldschaal hebben aangediend. Waar Nederland op drugsgebied decennialang de reputatie had van eigenzinnig buitenbeentje, is ons land al jarenlang niet meer het gidsland dat de rest van de wereld wilde overtuigen van de zegeningen van een pragmatisch drugsbeleid. In diverse andere landen in de wereld is de houding jegens het gebruik van (soft) drugs inmiddels aanzienlijk veranderd, een wijziging die heeft geleid tot ingrijpende aanpassingen van het drugsbeleid. Denk aan de ontwikkelingen in Uruguay, Canada, Zwitserland, Duitsland en niet te vergeten een groot aantal staten in het land waar de War on Drugs ooit is begonnen is: de Verenigde Staten. Nederland is in dat verband niet verder gekomen dan het experiment gesloten coffeeshopketen dat als doel heeft om te bezien of en hoe door de overheid geselecteerde telers op kwaliteit gecontroleerde cannabis gedecriminaliseerd aan coffeeshops kunnen leveren.
De vraag die in het seminar centraal staat is dus of Nederland er verstandig aan doet om de koers die al een halve eeuw wordt bevaren aan te houden of dat het tijd is om die koers (al dan niet drastisch) om te gooien. Diverse sprekers uit wetenschap en praktijk buigen zich gedurende het seminar over deelaspecten van deze fundamentele vraag. Terugkijkend naar de aannames en veronderstellingen die aan het drugsbeleid van vijftig jaar geleden ten grondslag lagen wordt de discussie gevoerd of die aannames vandaag de dag nog steeds geldingskracht bezitten of nopen tot bijstellingen? En welke consequenties hieraan moeten worden verbonden voor het beleid en de handhaving in de dagdagelijkse praktijk.
Waar we in de ochtend vooral terugkijken, richten we de blik in de middag op de toekomst. In het bijzonder wordt ingezoomd op ontwikkelingen in het buitenland rondom cannabis en op de syndrumarkt en de wereld van de nieuwe psychoactieve stoffen (NPS). Ook op die terreinen zwelt de roep om alternatieven voor criminalisering aan, zoals regulering en kwaliteitscontrole.
Programma
09.30 – 10.00 Registratie en koffie
Ochtendsessie: een blik op het verleden
Voorzitter: Hans Nelen (UM; CIROC)
10.00 – 10.05 Welkom
10.05 – 10.50 Stephen Snelders (UU) – Het Nederlandse drugsbeleid in historisch perspectief
10.50 – 11.35 Tom Decorte (UGent)) – Het Nederlandse drugsbeleid door buitenlandse ogen
11.35 – 12.20 Jack Wever (NP) – De gevolgen van het drugsbeleid voor de rechtshandhaving
12.20 – 12.40 Discussie
12.40 – 13.30 Lunch
Middagsessie: een blik op de toekomst
Voorzitter: Roland Moerland (UM)
13.30 – 14.15 Stijn Hoorens (Rand Europe) – lessen uit het buitenland op het gebied van cannabis
14.15 – 15.00 Margriet van Laar (Trimbos) – Ontwikkelingen op het terrein van Syndru en NPS
15.00 – 15.25 Koffie-/theepauze
15.25 – 16.15 Afsluitende paneldiscussie met het publiek
16.15 – 17.15 Afsluiting en borrel
De kosten voor deelname aan dit seminar bedragen € 245,- inclusief lunch en borrel.
Voor studenten van de in CIROC participerende universiteiten (EUR/TU/UM/UU/VU) geldt een speciale regeling van maximaal 15 studenten tegen een gereduceerd tarief van € 25,-.
Het seminar vond plaats in de Gertrudis Kapel in Utrecht.
-
Presentaties